blij
blij ,, ` blij – de, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
blij ,, ` blij – de, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
bles` su – re, («Frans), de -woord (vrouwelijk), blessuren, blessures ,, bles` suur, («Frans), de -woord (vrouwelijk), blessuren,
lichtblauw, angstig, bedeesd, schuchter, eerstejaarsstudent, rekruut
verwonden, kwetsen, pijn doen, beledigen, krenken
bijl om bomen mee te merken of te blessen
ritser:soort trekbeitel soms gebruikt voor harstappen
blaten
…witte strook, welke over de gehele lengte van de voorzijde van de kop loopt, vooral bij paard en rund
Bit level Error Rate, aantal fouten op een cd.
naad voor het opheffen van entropion