bouwwerk
een gebouw
een gebouw
` bo – ven, I, voorzetsel, hoger dan: boven de tafel hing een lamp ;, de prijs is boven de 100 euro, dit kost meer dan 100 euro;, hij staat boven ons, a) hij is hoger dan wij in een hiërarchie; b) hij is in een of ander opzicht beter dan wij;, onze club staat … Lees verder
bouwterrein, bouwwerk
gemeentelijke verordening die voorschriften bevat voor het bouwen, verbouwen en slopen van gebouwen en andere bouwwerken, voor de technische staat van bestaande gebouwen en bouwwerken en het gebruik daarvan, voor de administrative afhandeling van bouwaanvragen
door de overheid gegeven voorschriften met betrekking tot bouwconstructies en bouwwijzen
maat die aangeeft hoeveel kubieke meter bouwmassa per vierkante meter oppervlakte aanwezig of toegestaan is
vergunning die vereist is voor het bouwen van een bouwwerk om te voorkomen dat bouwwerken tot stand komen die niet voldoen aan de bouwverordening of in strijd zijn met het bestemmingsplan
bouw` val – lig, bijvoeglijk naamwoord, oud, bijna instortend
Een arbeider werkzaam in de bouw.
ruïne