` bo – ven, I, voorzetsel, hoger dan: boven de tafel hing een lamp ;, de prijs is boven de 100 euro, dit kost meer dan 100 euro;, hij staat boven ons, a) hij is hoger dan wij in een hiërarchie; b) hij is in een of ander opzicht beter dan wij;, onze club staat boven Excelsior, hoger dan Excelsior in de competitie;, eilanden boven de wind, zie bovenwinds ;, dit is boven alle twijfel verheven, hieraan wordt niet getwijfeld;, Luik ligt boven Maastricht, Luik ligt meer stroomopwaarts dan Maastricht;, Nederland boven de grote rivieren, het deel van Nederland ten noorden van de grote rivieren (Maas, Waal en Lek);, II, bijwoord, op een hoger gelegen plaats: boven op de kast ; boven in de boom ;, mijn neef woont boven, op een hoger gelegen verdieping;, als boven, zoals hiervóór is gezegd of beschreven;, naar boven, omhoog;, te boven gaan, te hoog zijn voor;, dat gaat mijn begrip te boven, dat begrijp ik niet;, te boven komen, a) niet bezwijken onder; b) goed doorstaan; c) overwinnen;, te boven zijn, achter de rug hebben;, van boven naar beneden, van hoog naar laag