brokken
` brok – ken, (brokte, h. gebrokt), in brokken breken, brokkelen; zie ook bij melk en pap
` brok – ken, (brokte, h. gebrokt), in brokken breken, brokkelen; zie ook bij melk en pap
kleine ronde lichaampjes, op fragmenten van bacillen gelijkende deeltjes, gevonden in tuberculeus sputum, die dezelfde kleuringsreactie bezitten als de tuberkelbacillen
Spaan in de vorm van kleine brokken, gefragmenteerd, zoals vooral voorkomt bij verspaning van bros materiaal
geschiedenis, vroegere naam van een stad in Zambia
I, de -woord & het -woord, brokken,
broer ,, ` broe – der, de -woord (mannelijk), broers, broeders, mannelijk persoon in betrekking tot andere kinderen van zijn ouders;, daar heeft hij een broertje aan dood, daar heeft hij een hekel aan;, dat is broertje en zusje, dat lijkt precies op elkaar
trillingen van de materie
Twijgen of scheuten die ontstaan in de broek van de boom.
hulpstuk voor het koppelen van twee of meer perskoppelingen aan een perskoppeling, al dan niet voorzien van afsluiters
maillot, panty