vliegbasis
luchtmachtbasis
luchtmachtbasis
Angst om te vliegen.
de -woord, vliegen, zeer veel voorkomend vliegend insect, lid van de onderorde Brachycera of Cyclorrapha van de Tweevleugeligen, vooral de soorten Musca domestica (kamervlieg of huisvlieg) en Fannia canicularis (kleine kamervlieg of hondsdagenvlieg);, iem. een vlieg afvangen, a) iem. een voordeeltje voor zijn neus weghalen; b) hem met een snedige opmerking voor zijn;, niets afslaan … Lees verder
vluchten
aan de ingang van de mond, bij Tweekleppigen (oesters, mosselen e.d.)
handelsklasse II bij geslachte varkens
afschaven
` vleug – je, het -woord, vleugjes, zweempje: een vleugje wind ; een vleugje hoop behouden
nootvrucht met een tot een vleugel uitgegroeide vruchtwand (berk, iep, dubbel bij esdoorn)
elk der gebeeldhouwde zijstukken, veelal in voluutvorm, die halsgeveltoppen en geveltrappen flankeren