vloerkleed
` vloer – kleed, het -woord, vloerkleden, tapijt
` vloer – kleed, het -woord, vloerkleden, tapijt
` vloe – ren, (vloerde, h. gevloerd),
artikelen met tevens een deklaag van verschillende samenstelling, al dan niet in de specie gekleurd of gemarmerd, dan wel met veelkleurige, naast elkaar lopende deklagen, ofwel bedrukt m et decoratieve motieven
plafond met verdiept liggende vlakken
de -woord (mannelijk), vloeren, bodem, grond van een vertrek;, ergens altijd over de vloer zijn, er altijd in huis zijn;, van de vloer, de kamer uit, naar bed;, wel door de vloer kunnen gaan (van schaamte, ellende), zich erg schamen of ellendig voelen (vgl : grond, bet 1) ;, je kunt er van de vloer … Lees verder
goddeloos, schandelijk
` vloe – ken, (vloekte, h. gevloekt),
de -woord (mannelijk), vloeken,
veld of weide waar rioolwater of ander afvalwater over geleid wordt om dit te reinigen
vistuig bestaande uit vleugels van twijghout in V-vorm, grotendeels op bij eb droogvallende platen, waarachter een fuik of een vangkamer is opgesteld; bij vloed wordt de vis naar de vleugels geleid en bij eb door de vleugels opgevangen en naar de punt van het vistuig geleid