draaiing
draaibeweging, twist, wenteling, draai, omwenteling, wending, zwenking, duizeling
draaibeweging, twist, wenteling, draai, omwenteling, wending, zwenking, duizeling
instrument aanwijzende hoe het schip of vliegtuig een bocht maakt
draaibankafdeling, gedreutel, getreuzel
de 2de halswervel met een randvormig uitsteeksel, waaromheen de atlas draait
dizzy, duizelig
draaiende zeef met hoge rand
dit raam bevat een beweegbaar deel van elk der voorgraande twee typen en, die elkaar in evenwicht houden
Produktie-eenheid die parallel geschakeld is en die snel meer vermogen kan leveren.
Draaibewerking waarbij het werkstuk is opgespannen tussen conische centers
obsoleet strooistralendiafragma dat uit een draaiende, voor röntgenstralen doorlaatbare plaat bestaat, waarop radiaire loodlamellen zijnbevestigd