Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

eenstemmig

eendrachtig, gelijkgestemd, gelijkgezind, unaniem, eenparig, eensgezind, onverdeeld, unisono

eenstijlige meidoorn

Geslacht van meestal gedoornde houtige gewassen met gezaagde of diep ingesneden bladeren, tuilen witte bloemen en meestal, rode, besvormige steenvruchten

eensgezind

` eens – ge – zind ,, eens – ge` zind, bijvoeglijk naamwoord, een van zin; eendrachtig;, eens – ge` zind – heid, de -woord (vrouwelijk)

eensklaps

` eens – klaps, bijwoord, plotseling

eens

I, bijwoord, een keer;, er was eens (een koning, prinses e.d.), begin van veel sprookjes;, II, bijvoeglijk naamwoord :, het eens zijn, van dezelfde mening zijn, vrede hebben;, III, voegwoord, Zuid-Nederlands als, zodra: eens het voorbereidend werk klaar is, kan de beplanting beginnen ;, eens dat, als, zodra

eenpoot

Statief met een poot, vaak inschuifbare een-benige ondersteuning voor een camera of ander instrument.

éénpuntsmeerboei

drijvende opslagtank voor aardolie die met zware ankerkettingen aan de zeebodem is bevestigd

eenparig

eensgezind, gelijkgestemd, onverdeeld, unaniem, algemeen, eenstemmig, gelijkmatig