fijnproever
` fijn – proe – ver, de -woord (mannelijk), fijnproevers, gewend aan en daardoor kenner van fijne gerechten en dranken; figuurlijk iem. met verfijnde smaak (bet 5)
` fijn – proe – ver, de -woord (mannelijk), fijnproevers, gewend aan en daardoor kenner van fijne gerechten en dranken; figuurlijk iem. met verfijnde smaak (bet 5)
Ruimen ter verbetering van de kwaliteit van het gat
fijne mazen hebbend(3)
systeem of machine gebaseerd op simpele processoren die op kleine datagebieden werken
fijnheid
steenkool met een midellijn kleiner dan 1 mm
glanzend glad slijpen van een roterend werkstuk onder een bepaalde aandrukkracht met uiterst fijnkorrelige slijpstenen, gemonteerd in een houder, waarbij de houder een snelle heen-en weergaande beweging uitvoert met korte slag, en de rotatiebeweging vrij langzaam is
tactvol, delicaat, kies, teer, lichtgeraakt
eenvoud, zuiverheid, delicatesse, dunheid, ijlheid, sierlijkheid, uitgelezenheid, finesse, subtiliteit, zachtheid, zwakheid
volledige, systematische rangschikking van de thesaurusingangen volgens hun relaties