Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

foutbewaking

in datacommunicatie: gedeelte van de transmissieprocedure, dat fouten ontdekt en eventueel herstelt; het geheel aan regels waarmee fouten in te verwerken gegevens ontdekt en gecorrigeerd worden, o.a.onder toepassing van foutenbeschermende coderingen; het gebruik bij computerverwerking of datatransmissie van fouten-detecterende en/of-corrigerende codes

foutcode

speciaal teken om aan te geven dat er een fout is geconstateerd in een blok en dat het gehele betreffende blok door de machine moet worden genegeerd

foutbestendig

betr.een programma of systeem dat correct blijft functioneren ondanks het feit dat er een fout(of fouten)in voorkomt(voorkomen)

fout-tolererend

betr.een programma of systeem dat correct blijft functioneren ondanks het feit dat er een fout(of fouten)in voorkomt(voorkomen)

fout door gegevensverlies

fout die optreedt wanneer een register niet wordt uitgelezen voordat het volgende teken in dit register wordt geplaatst

fout-indicator

visuele indicator, aangevend dat de terminal-operateur heeft getracht een onmogelijke functie te laten uitvoeren

fout

I, («Frans), de -woord, fouten, verkeerde zet, berekening, eigenschap e.d.;, in de fout gaan, een fout begaan;, Zuid-Nederlands :, dat is zijn fout, schuld;, Zuid-Nederlands :, in fout zijn, schuld hebben, de schuld zijn;, Zuid-Nederlands :, iem. in fout vinden, op een fout, vergissing betrappen;, Zuid-Nederlands :, zonder fout, zonder mankeren, in ieder geval;, II, … Lees verder

fourneren

leveren, verschaffen, overleggen, fineren