heitje
kwartje
kwartje
` hei – sa, I, tussenwerpsel, uitroep van vreugde;, II, het -woord,
Davit op het achterschip om een boot te water te laten of om het werpanker thuis te halen.
het -woord, hekken,
vlaskam
` he – ke – len, (hekelde, h. gehekeld), vlas kammen; figuurlijk scherp beoordelen, afkeurend bespreken
scherp, stekelig, vinnig
stootkussen;wrijfhout aan de achterzijde van een schip
ladder aan de achterzijde van het schip
golf die een varend schip zelf buj het achterschip(hek)opwekt