Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

haarwild

zoogdieren die als wild worden aangemerkt

haarzakje

langwerpige uitstulping van het stratum corneum tot diep in het stratum subcutaneum, waarin zich vanuit de papilla pili het haar ontwikkelt(1)

haarzak

een langwerpige uitstulping van het stratum corneum tot diep in het stratum subcutaneum, waarin zich vanuit de papilla pili het haar ontwikkelt

haas

de -woord (mannelijk) ,, het -woord, hazen, 1, op een konijn gelijkend knaagdier met langere achterpoten en langere oren, wonend in open terreinen, bekend om zijn vlugheid, (lopen als een haas ) en zijn schuwheid (zo bang als een haas ) (Lepus capensis );, veel honden zijn der hazen dood, tegen een overmacht kan men … Lees verder

haast

gauwigheid, hurry, gejaagdheid, spoed, vaart, bijna, quasi, weldra

haasje-over controleprogramma

controleprogramma, geladen in geheugenplaatsen die door dit programma zelf kunnen worden veranderd, teneinde het geheugen te testen

haastig

` haas – tig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, met haast, in haast, gejaagd, ongeduldig; te snel:, haastige spoed is zelden goed, te veel haast brengt zelden voordeel;, haastig gebakerd, zie bij bakeren