goedig
goedmoedig, goedhartig, vriendelijk, zachtaardig, sullig
goedmoedig, goedhartig, vriendelijk, zachtaardig, sullig
` goed – heid, de -woord (vrouwelijk), goedheden, rechtschapenheid; welwillendheid;, grote goedheid!, uitroep van verbazing of ontsteltenis
aanvaarding, akkoord, goedvinden, instemming, overeenstemming, toelating, toestemming, bijval, steun, bekrachtiging, bevestiging, sanctie
billijken, toestemmen, goedvinden, toestaan, aanmoedigen, steunen, paraferen, bekrachtigen, inwilligen, valideren
de goedkeuring van een motortype met betrekking tot het niveau van de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes
de handeling waarbij een Lid-Staat vaststelt dat een type voertuig in overeenstemming is met de technische voorschriften van de bijzondere richtlijnen en met de door de fabrikant verstrekte gegevens, opgenomen in de uitputtende lijst van bijlage I
de handeling waarbij een Lid-Staat vaststelt dat een kenmerk of een technische eenheid of een onderdeel in overeenstemming is met de technische voorschriften van de desbetreffende bijzondere richtlijn waarnaar in de uitputtende lijst van bijlage I wordt verwezen. De goedkeuring van een voertuig, een technische eenheid of een onderdeel kan bij een wijziging of in … Lees verder
goed` koop, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
verzoenen, redresseren, compenseren, herstellen, opvangen, vergoeden, boeten
goedkope-vlagschepen noemt men koopvaardijschepen die door de reders of eigenaars zijn geregistreerd in landen waar geen of zeer oppervlakkige wettelijke voorschriften met betrekking tot de scheepvaart bestaan