Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

gewrichtsholte

de meestal tot een spleet vernauwde ruimte tussen de een gewricht vormende beenstukken en de het omgevende kapsel, gevuld met synovia

gewrichtsknobbel

het ronde gewrichtsoppervlak aan het articulaire uiteinde van een been

gewrichtszenuw

zenuwtak voor het elleboog-en kniegewricht, respectievelijk uit de nervus ulnaris en de nervus femoralis

gewrichtsmuis

los stukje been of kraakbeen in een gewricht

gewrocht

creatie, kunstwerk, maaksel, voortbrengsel, schepping, werk, geschapen, voortgebracht, gemaakt

geünitiseerd vervoer

Vervoer van verschillende soorten goederen in eenzelfde houder: maritieme containers, wissellaadbakken, continentale containers, etc

geürm

geklaag, gemekker, gepruttel, gezanik, gezeur

gezag

ge` zag, het -woord,

gezaag

gemeier, gezever, gezanik, gezeur, gekras