Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

gewoonlijk

ge` woon – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, zoals gewoon (I bet 2)

gewoonte

ge` woon – te, de -woord (vrouwelijk), gewoonten, gewoontes, wat men gewoon is te doen: de zeden en gewoonten van verre volkeren ;, gewoonte is een tweede natuur, men kan aan iets zo gewend raken, dat men het als van nature doet;, ouder gewoonte, volgens oud gebruik;, de macht der gewoonte, het automatisme dat voortvloeit … Lees verder

gewoontepijn

geregeld voorkomende pijn bij een chronische kwaal

gewricht

ge` wricht, het -woord, gewrichten, verbindingsstuk dat beenderen ten opzichte van elkaar beweegbaar maakt

gewoonweg

domweg, doodeenvoudig, eenvoudigweg, gladweg, ronduit, simpelweg, compleet, bepaald, geregeld, zomaar, nou eenmaal

gewricht van Budin

strook kraakbeen in het os occipitale van een kind bij de geboorte tussen de pars squamosa en de beide partes laterales

gewrichten van Clutton

pijnloze symmetrische hydrarthrose, speciaal van de kniegewrichten bij hereditaire syfilis

gewrichtsamputatie

amputatie door een gewricht ;amputatie in een gewricht;het verwijderen van een gedeelte van een gewricht

gewrichtsbloeding

bloedextravasaat in een gewrichtsholte; bloeding in een gewricht door contusie, distorsie, luxatie of hemofilie