Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

geveinsdheid

huichelachtigheid, onoprechtheid, schijnvroomheid

geveld hout

windworp = door de wind omgevallen houtgewas(bomen)

gevel

` ge – vel, de -woord (mannelijk), gevels, buitenmuur, vooral voormuur

gevelsteen

baksteen voor gevels, deur-en raamomlijstingen en het versieren van muren

gevelopening

de opening die in de muur is uitgespaard om er een venster in te plaatsen

geven

` ge – ven, (gaf, h. gegeven), aanreiken, aangeven; bezorgen, verschaffen; schenken;, hij moet die betrekking eraan geven, opgeven, prijsgeven;, om iem. geven, gesteld zijn op iem., van iem. houden;, om iets geven, waarde hechten aan iets;, geven en nemen, niet te sterk doordrijven, schipperen;, kaartspel ronddelen;, aanstoot geven, ergernis teweegbrengen;, iets ten beste geven, … Lees verder

gever

iemand die geeft

gevensterde membraan van Henle

de binnenste doorschijnende laag van de chorioidea die grenst aan de pigmentlaag van de retina(1);laag van losmazige elastische vezels tussen de tunica externa en de tunica media van bepaalde arteries(2);subendotheliale losse vezellaag in de intima van een arterie(3)