gelukkigerwijs
gelukkig
gelukkig
ge` luk – kig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, geluk smakend, in een toestand van geluk verkerend, voorspoed genietend: gelukkig in het spel, ongelukkig in de liefde ;, niet gelukkig zijn met, bezwaren hebben tegen;, dan ben je (nog) niet gelukkig, dan krijg je het moeilijk
Fortuna
kansspel
mascotte
felicitatie, heilwens
garen dat na indompeling in een apprêteermiddel op basis van natuurlijke of synthetische zelfstandigheden, glanzend is gemaakt op polijsttrommels
ge` luk – wen – sen, (wenste geluk, h. gelukgewenst), feliciteren
ge` maakt, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, aanstellerig, gekunsteld;, ge` maakt – heid, de -woord (vrouwelijk)
eega, gade, echtgenoot, man, molen, gezeur