Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

gelijkstoten

manueel schudden van een stapel documenten of ponskaarten, om hen te richten voordat zij in het toevoermagazijn van een machine worden geplaatst

gelijktijdig

ge – lijk` tij – dig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, op dezelfde tijd; in dezelfde tijd;, ge – lijk` tij – dig – heid, de -woord (vrouwelijk)

gelijktijdige bewerking

werkwijze waarbij twee of meer gebeurtenissen binnen hetzelfde gespecificeerde tijdsbestek plaatsvinden(1);werkwijze waarbij meer dan een verwerking tegelijkertijd wordt uitgevoerd(2)

gelijktijdige werkwijze

werkwijze waarbij twee of meer gebeurtenissen binnen hetzelfde gespecificeerde tijdsbestek plaatsvinden(1);werkwijze waarbij meer dan een verwerking tegelijkertijd wordt uitgevoerd(2)

gelijktijdige openstelling

de gelijke tijdstippen waartussen een aantal databanken, winkels, openbare gebouwen e.d.voor het publiek toegankelijk zijn, bijv. Alle van 9-18 uur (en sommige misschien ook ervoor of erna)

gelijktijdigheidsfactor

verhouding, als getalswaarde of percentage, van de gelijktijdige maximale belasting van een aantal elektrische apparaten of verbruikers gedurende een bepaald tijdvak, tot de som van hun individuele maximumbelastingen gedurende hetzelfde tijdvak