gelijkheid
ge` lijk – heid, de -woord (vrouwelijk), het gelijk zijn;, op voet van gelijkheid, als gelijken
ge` lijk – heid, de -woord (vrouwelijk), het gelijk zijn;, op voet van gelijkheid, als gelijken
Het gelijkheidsaspect van een vraagstuk
lading doelmatig stuwen
Voor en achter even zwaar belast, waardoor een schip voor en achter dezelfde diepgang heeft
gelijkgaan
rechtwerken, effenen, nivelleren, vereffenen
homoniem, eensluidend, overeenstemmend, samenklinkend, eenstemmig
westduitse wetgeving, sedert 1952,i.v.m. evenredige spreiding onder de bevolking van de geldelijke oorlogsschade
ge – lijk` ma – tig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, overal, steeds gelijk, zonder wisseling;, ge – lijk` ma – tig – heid, de -woord (vrouwelijk)
Apparaat dat wisselstroom omzet in gelijkstroom.