gebergte
ge` berg – te, het -woord, gebergten, gebergtes, groep bergen
ge` berg – te, het -woord, gebergten, gebergtes, groep bergen
gezegend
ge` beu – ren, I, (gebeurde, is gebeurd), geschieden;, het gebeurt mij, het overkomt mij;, het is met hem gebeurd, hij is gestorven of reddeloos verloren;, het zal je (maar) gebeuren!, dat is heel vervelend;, II, het -woord, (belangrijke) gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen, veelal in samenstellingen : het kerstgebeuren , het mediagebeuren
boos
eventueel, mogelijk
verzameling objecten, waartussen een netwerk van relaties bestaat met verschillende semantische niveaus
ge` beur – te – nis, de -woord (vrouwelijk), gebeurtenissen,
ge` bied, het -woord,
gebied waar de normen voor de uitstoot van broeikasgassen overschreden worden
De Waddeneilanden, de duinen, de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug. De bossen in deze gebieden hebben een belangrijke produktieve en recreatieve functie.