keurmerk
` keur – merk, het -woord, keurmerken, merkteken van keuring
` keur – merk, het -woord, keurmerken, merkteken van keuring
het aantonen door middel van een testprogramma dat een machine, programma of informatiesysteem foutloos werkt, voordat tot aanvaarding en ingebruikneming wordt overgegaan
machine waarmede weefsel op fouten kan worden onderzocht
het aantonen door middel van een testprogramma dat een machine, programma of informatiesysteem foutloos werkt, voordat tot aanvaarding en ingebruikneming wordt overgegaan
onafhankelijke organisatie die een keuring uitvoert
` keu – ring, de -woord (vrouwelijk), keuringen, onderzoek, proefneming
keur: o.a.politieverordening, verordening van een waterschap dat in zijn reglement tot het maken van zulke verordeningen bevoegd is verklaard
gesoigneerd, net, poesmooi, tiptop, kraakhelder, netjes, onberispelijk, proper, verzorgd, verfijnd, chic, elegant, gedistingeerd, sierlijk, smaakvol, picobello, piekfijn, fijn, mooi, voortreffelijk, beschaafd, eerlijk, treffelijk
` keu – ren, (keurde, h. gekeurd),
bloem, beste, elite, puik, electie, bloemlezing, keuze, proef, merk, waarmerk, stempel, handvest, verordening