keutelig
kleingeestig, pietluttig
kleingeestig, pietluttig
beuzelachtig, pietluttig
beuzelen, treuzelen
beuzelaar, treuzelaar
` keu – tel, de -woord (mannelijk), keutels, uitwerpselballetje
de -woord, keuzen, keuzes ,, ` keu – ze, de -woord, keuzen, keuzes,
stamboek:hoofdzakelijk afstammingsregister;bij trekpaarden iden voor veulens of niet(goed)gekeurde volwassen dieren;algemene veeteelt
keurmerk, stempel
` keurs – lijf, het -woord, keurslijven, korset; figuurlijk knellende verplichting
werkwijze die het mogelijk maakt om door middel van een stappenplan gestructureerd maatregelen te treffen voor de veiligheid op bedrijventerreinen en winkelgebieden