Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

kletsen

kleppen, klessebessen, kwebbelen, kwekken, lullen, ouwehoeren, parlevinken, babbelen, klappen, leuteren, palaberen, praten, ratelen, teuten, zabberen, zeveren, zwammen, bazelen, wauwelen, zwetsen, kwaadspreken, roddelen, slaan, smijten, plassen, plonzen

klets

klap, klats, kwak, patat, slag, klap, praat, gezwam, rimram, geklets, larie, onzin, kliekje, restje, plets

klerk

inktkoelie, pennenlikker, kantoorbediende, opsteller, schrijver

klerelijer

hufter, lul, smeerlap, teringlijer, klootzak, rotzak

kleren

` kle – ren, meervoudig zelfstandig naamwoord, kledingstukken; zie ook klederen

kleptomanie

Een onweerstaanbare drang tot stelen, zonder daarbij op materieel gewin uit te zijn.