klieren van Montgomery
de opgezette glandulae sebaceae in de areola mammae gedurende de graviditeit en lactatieperiode
de opgezette glandulae sebaceae in de areola mammae gedurende de graviditeit en lactatieperiode
vetklieren gelegen in de oogleden, boven 30-40,onder 20-30,gewoonlijk in de gehele lengte daarvan, waarvan de uitvoergangen uitmonden in de limbus palpebralis posterior en die het sterk vethoudende sebum palpebrale afzonderen
tubulaire klieren in de oogleden
kleine klieren welke uitmonden onder de rand van de stembanden
slijmklieren in het mucosa van de oesophagus, vlak boven de cardia
2 erwtgrote klieren boven de bulbus urethrae, waarvan de uitvoergangen, ductus excretorii, met een fijne spleet uitmonden in de pars cavernosa urethrae
kleine slijmklieren in de fornix conjunctivae en in de bovenrand van de tarsus superior
lymfklieren in de conjunctiva van het onderste ooglid
cysten welke zich in de tong vormen na het verdwijnen van de ductus thyreoglossus
tubulaire klieren in de conjunctivae aan de nasale zijde