kloten
ballen, prutsen, rommelen, knoeien, klieren, vervelen
ballen, prutsen, rommelen, knoeien, klieren, vervelen
etterbak, hufter, Jan Lul, klootzak, smeerlap, teringlijer, klerelijer, lul, rotzak, schoft
belabberd, beroerd, ellendig, kut, waardeloos
vervaardigd met verschillende garens, welke zijn opgerold op klossen; deze garens worden dooreengevlochten op een kussen waarop het dessin is vastgemaakt
machine waarmede de top van de hoedvorm, choche, klos, wordt afgerond
kleine ijzeren klossen met kettingeinden ter bevestiging van klossenpees aan grondpees
de -woord, klossen, rolrond stukje hout: een klosje garen ;, de klos zijn, de dupe, het slachtoffer zijn
vrijer
klopkever
machines voor het scheuren en uiteenrafelen van lompen, touw, enz. tot vezels en pluis voor de kaardmachines