knibbelen
afdingen, pingelen, kibbelen
afdingen, pingelen, kibbelen
comprimerend elastisch verband vanaf het distale einde van een extremiteit teneinde deze bloedloos te maken ;Verband dat wordt aangelegd bij een slagaderbloeding om gedurende korte tijd aangespannen te worden en zo de bloeding te stoppen
in het aas verborgen haak, oorspronkelijk in de vorm van een stokje met twee punten, later van metaal met weerhaken, die gemakkelijk wordt ingeslikt, maar niet meer kan worden uitgespuugd
geldafpersing, afpersing, afzetterij
Binden, boeien, onderdrukken, de mond snoeren.
Grendel om een waterdichte deur of luik te sluiten.
` kneu – zing, de -woord (vrouwelijk), kneuzingen, het kneuzen
` kneu – zen, (kneusde, h. gekneusd), door drukking kwetsen
gezapig, gezellig, knus, mopperend
gezapigheid, knusheid