kompaan
makker
makker
` kom – mer – lijk, bijvoeglijk naamwoord, zorgelijk, armoedig
soort uit de onderorde der hagedissen van de klasse der reptielen
leed, smart, verdriet, zorgen
Theoretische vorm van mantelfreesspanen, van opzij gezien
hier:)parasitisch ongedierte
puntkomma
muggenzifter
` kom – ma, («Grieks), de -woord & het -woord, komma`s,
kom` kom – mer – tijd, de -woord (mannelijk), vakantietijd, waarin er weinig nieuws is voor de krant; ook slapte in zaken