kralen
` kra – len, bijvoeglijk naamwoord, van kralen (1 kraal ): een kralen snoer
` kra – len, bijvoeglijk naamwoord, van kralen (1 kraal ): een kralen snoer
iemand die een huis kraakt of gekraakt heeft
breken, barsten, ondermijnen, verzwakken
krakend, knarsend geluid als van nieuw leer, bij pericarditis
opzettelijke poging onbevoegd toegang te verkrijgen tot een databank
` kra – ken, (kraakte, h. gekraakt),
heibel, kibbelarij, ruzie
kibbelen
machineglad papier, op rollen,80% of meer sulfaatcellulose van naaldhout bevattend (berekend over het totaal van de vezelmassa),met een gewicht per m2 van 60 g of meer, doch niet meer dan 115 g, een indicatiecijfer voor de berstdruk, bepaald volgens Mullen, van 38 of meer en waarvan de rekbaarheid in de dwarsrichting meer dan 4,5% en … Lees verder
sterk papier gemaakt van uitsluitend kraftcelstof