Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

kramp

de -woord, krampen, veelal pijnlijke spiertrekking

krampachtig

kramp` ach – tig ,, ` kramp – ach – tig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, als in kramp, zeer gespannen

krammen volgens Michel

Getande metalen krammetjes ter sluiting van heelkundige insnijdingen en huidwonden, ter vervanging van de traditionele naald en draad; Bijzonder praktisch bij een verwacht groot aantal gewonden

kramakkelig

gammel, krakkemikkig, stumperig, sukkelig, versleten, vervallen

kramband

stukje gegolfd bandstaal waarvan één der randen is getand of afgeschuind, aan het stuk of op lengte gesneden, voor het aaneenhechten van houten delen

kramakkel

gammel, krakkemikkig, sukkelend, bouwvallig, gammel, versleten, vervallen, ziekelijk

kram

de -woord, krammen, hoefijzervormige, puntige haak, vooral om iets te bevestigen of aan elkaar te hechten; Zuid-Nederlands :, in, uit zijn krammen schieten, a) zijn zelfbeheersing verliezen, uit zijn vel springen; b) sport in actie komen, losbarsten, in de aanval gaan;, Zuid-Nederlands :, iem. in zijn krammen jagen, iem. boos maken