krenten
` kren – ten, (krentte, h. gekrent),
` kren – ten, (krentte, h. gekrent),
(«Frans), de -woord, krenten,
belediging, beschadiging, smaad, vernedering
` kren – ken, (krenkte, h. gekrenkt), beschadigen, beledigen; vgl : gekrenkt ; zie ook bij 1 haar
Het schip slagzij geven over stuurboord of bakboord teneinde kleine reparaties niet ver onder de waterlijn uit te kunnen voeren, of om de huid tussen water en wind te kunnen schoonmaken en/of schilderen zonder het droogdok in te gaan
(«Frans«Latijn), het -woord, krengen,
` kre – kel, de -woord (mannelijk), krekels, insect dat een sjirpend geluid maakt
bits, geërgerd, geïrriteerd, korzelig, prikkelbaar, wrevelig
Zo pas, bijna, precies.
bits, geërgerd, geïrriteerd, korzelig, prikkelbaar, wrevelig