laatrijpe aardappel
laat in het seizoen rijpend
laat in het seizoen rijpend
I, bijvoeglijk naamwoord, aan het eind, op het uiterste tijdstip;, op zijn laatst, op de uiterst mogelijke tijd;, ten laatste, a) op de laatste plaats; b) ten slotte, eindelijk;, zijn laatste uren, de uren vlak voor zijn dood;, Laatste Avondmaal, het laatste maal dat Jezus op de avond voor zijn sterfdag met zijn discipelen gebruikte; … Lees verder
` laat – ko – mer, de -woord (mannelijk), laatkomers, iem. die (te) laat komt
koers waartegen de bank wissels en cheques op het buitenland verkoopt
laat` dun – kend, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, verwaand, aanmatigend;, laat` dun – kend – heid, de -woord (vrouwelijk)
horige, vrijgelatene
neonataal:m.b.t.een pasgeborene
gerief dat men gebruikt om zijn laarzen uit te trekken…
gerief dat men gebruikt om zijn laarzen uit te trekken…
laarsvormige röntgenschaduw van het hart bij het syndroom van Fallot