wezenlijk
` we – zen – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
` we – zen – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
aanwezigheid, bestaan, zijn, être, schepsel, persoon, aard, essentie, innerlijk, kern
geslacht uit de orde der primaten(= orde der opperdieren)van de klasse der zoogdieren
Klein schuw marterachtig roofdiertje (Mustela nivales).
plaats in Groot-Brittannië, in het Engelse graafschap Dorset
familie uit de orde der zangvogels/Passeriformes van de klasse der vogels
weversklos
eigenaardige knoop zoals die waarmee gebroken draden op een weefgetouw aan elkaar geknoopt worden
weverswerkplaats
` we – ven, (weefde, h. geweven), het maken van een weefsel door het dooreenwerken van draden wol, katoen e.d.; figuurlijk (in geschriften, verhalen enz.), weven door, erbij mengen;, weven om, verzinnen bij, te pas brengen bij