winder
haspel
haspel
Park met specifieke zeewindmolens.
` win – den, (wond, h. gewonden),
windsel, zwachtel
Slingerplant met klokvormige bloemen.
` wind – buil, de -woord, windbuilen, snoever, druktemaker, praatjesmaker
Molens hadden hun eigen taal: zo werden in de Zaanstreek, bij het overlijden van de molenaar, alle windborden uit de wieken gehaald. De wieken werden in een kruis gezet en op het sterfhuis gericht.
De afstand die een golf aflegt vanaf zijn ontstaan tot zijn volledige ontwikkeling, voortkomend uit een wind van constante richting en sterkte
hijswerktuig met horizontale, draaibare spil, voorzien van een cilindrische trommel waarop een touw, staaldraad of tros kan worden gewonden
de -woord (mannelijk), winden,