Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

woonhuistarief

tarief, vooral of uitsluitend voor huishoudelijk elektriciteitsgebruik

woonhuis

` woon – huis, het -woord, woonhuizen, woning

woongebouw

huis dat geheel of grotendeels voor woondoeleinden wordt gebruikt. In tegenstelling tot: fabrieksgebouw, bedrijfspand

woongebied

gebied dat bestemd is voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven

woonerf

woonbuurt waarvan de straten door verkeersdrempels e.d.niet of zeer moeilijk voor auto`s toegankelijk zijn

woonboot

` woon – boot, de -woord, woonboten, woonark

woonblok

geheel van al dan niet bedouwde, aaneengesloten stedelijke terreinen, begrensd door een doorlopend net van openbare wegen

woonark

woonboot, woonschip

woonadres

adres opgebouwd uit straatnaam, huisnummer, postcode en plaats

woonachtig

woon` ach – tig, bijvoeglijk naamwoord, wonende, gevestigd