woonhuistarief
tarief, vooral of uitsluitend voor huishoudelijk elektriciteitsgebruik
tarief, vooral of uitsluitend voor huishoudelijk elektriciteitsgebruik
` woon – huis, het -woord, woonhuizen, woning
huis dat geheel of grotendeels voor woondoeleinden wordt gebruikt. In tegenstelling tot: fabrieksgebouw, bedrijfspand
gebied dat bestemd is voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven
woonbuurt waarvan de straten door verkeersdrempels e.d.niet of zeer moeilijk voor auto`s toegankelijk zijn
` woon – boot, de -woord, woonboten, woonark
geheel van al dan niet bedouwde, aaneengesloten stedelijke terreinen, begrensd door een doorlopend net van openbare wegen
woonboot, woonschip
adres opgebouwd uit straatnaam, huisnummer, postcode en plaats
woon` ach – tig, bijvoeglijk naamwoord, wonende, gevestigd