pijnen
` pij – nen, (pijnde, h. gepijnd),
` pij – nen, (pijnde, h. gepijnd),
Folterbank voor lijfstraffelijke rechtspleging
grijs-roodachtig platgedrukt, eivormig, kegelvormig lichaampje, uitstulping van de epithalamus, gelegen in de gleuf tussen de beide corpora quadrigemina superiores; bevat geen zenuwweefsel en wordt beschouwd als een rudimentaire klier van interne secretie
arrowroot
(«Latijn), de -woord, pijnen,
Inktvis van het geslacht Loligo.
fibrillenbundels op de membrana basilaris van de cochlea, die de tunnel van Corti vormen
de beide strengen, die het diafragma met de wervelkolom verbinden
` pij – ler, de -woord (mannelijk), pijlers, zuil, steunpilaar
op een sinaasappelschil gelijkende huid als gevolg van lymfestuwing, bv. bij mammacarcinoom, maar ook bij ontstekingen