pronkstuk
Iets wat men laat zien om indruk te maken.
Iets wat men laat zien om indruk te maken.
opgeschikt, opzichtig, pompeus, pralend, pronkziek
modegek, praler, saletjonker, fat, stoefer
praal, pracht, vertoon, opschik, sieraad
floreren, pralen, geuren, opscheppen, paraderen, stoefen, stralen, prijken, mokken, pruilen
typische pseudoparese van de arm bij jonge kinderen, doordat de ouders of anderen hen min of meer meesleuren
het draaien van de handpalm naar onderen
Ruimte aan de voorzijde van een Griekse tempel.
pro – mo` ve – ren, («Latijn) (promoveerde,
(«Frans«Latijn), I, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, onverwijld, zonder tussenpoos;, II, de -woord (mannelijk), handel termijn voor prompte betaling