prooi
(«Frans), de -woord, prooien,
(«Frans), de -woord, prooien,
Kwaliteitsaanduiding van een munt;glans van bijna gepolijst
monter, prompt, flink, netjes, parmantig, knap, mooi, trots, precies, prompt, stipt
een aan de oestrus voorafgaande periode bij vrouwelijke Mammalia met verhoogde folliculaire activiteit
profeteren, voorspellen, voorzien
toto, toto-uitslag, voetbalpool, prognose, voorspelling
uitspreken
voornaamwoord
voornaamwoordelijk
praalziek, pralend, pronkerig