Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

zelfstandig studeren

individueel studeren waarbij de cursist de leerdoelen zelfstandig bepaalt en/of de leeractiviteiten zelfstandig organiseert naar de eigen wensen en mogelijkheden van vooral plaats en tijd

zelfstandig fietspad

Weg bestemd voor (brom) fietsers. Men onderscheidt: a) het vrijliggend fietspad dat hetzij parallel loopt met de hoofdrijbaan en daarvan door een tussenberm wordt gescheiden, hetzij een geheel eigen tracé volgt (soms zelfstandig fietspad genoemd); b) het aanliggend fietspad dat door een zeer smalle voorziening is gescheiden van de hoofdrijbaan dan wel geheel verhoogd langs … Lees verder

zelfstandig

zelf` stan – dig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, op eigen benen staand, onafhankelijk;, kleine zelfstandigen, personen die een klein eigen bedrijf uitoefenen;, zelfstandige naamwoorden, woorden die zelfstandigheden e.d. aanduiden

zelfrouterend schakelend netwerk

schakelend netwerk met actieve knooppunten, die het bestemmingsadres in de blokheader van ieder arriverend blok analyseert en het blok vervolgens op de juiste uitgaande lijn verzendt

zelfrichtend reddingsvlot

‘ zelfrichtend’ :eigenschap van een vaartuig om, na te zijn omgeslagen, vanzelf weer overeind te komen

zelfreiniging van de atmosfeer

vermogen dat een bepaalde milieucomponent (b.v.bodem, oppervlaktewater) bezit om daarop of daarin aangebrachte stoffen onschadelijk te maken. Atmosfeer: dampkring

zelfreiniging

vermogen op het water geloosde afvalstoffen onschadelijk te maken, waardoor na verloop van tijd weer een toestand van natuurlijke reinheid ontstaat