rivaal
ri` vaal, («Frans«Latijn), de -woord (mannelijk), rivalen ,, ri` va – le, de -woord (vrouwelijk), rivalen,
ri` vaal, («Frans«Latijn), de -woord (mannelijk), rivalen ,, ri` va – le, de -woord (vrouwelijk), rivalen,
slachten volgens voorschrift van de Joodse of de Islamitische Godsdienst
ri – tu` eel, («Frans), I, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, de ritus of het rituaal betreffend; volgens de riten: ritueel slachten ;, rituele dans, gezamenlijke bij elkaar behorende bewegingen van het menselijk lichaam als (onderdeel van een) ritueel; bij uitbreiding gewoonten, gebruiken die iets begeleiden;, II, het -woord, rituelen, geheel van riten, ritus
slachten volgens voorschrift van de Joodse of de Islamitische Godsdienst
bronstig
ritser:soort trekbeitel soms gebruikt voor harstappen
` rit – sen, (ritste, h. geritst), inkerven, inkrassen; rillen (bet 2)
ritssluiting, groef, kras, reet, scheur, reeks, rij, resem
` rit – se – len, (ritselde, h. geritseld),
herhalingsthema