ruwaard
landvoogd
landvoogd
grovere bestanddelen van voedsel
de enkel gesleten plant, al dan niet ontzaad door boten of repelen
glas met gekorreld of ruw oppervlak en daardoor gewoonlijk weining of niet doorzcichtig;kan ook kunstmatig in de specie zijn gekleurd;Door slijpen en polijsten ontstaat spiegelglas
halffabrikaat voor afwerking
zoals het van de boom wordt losgemaakt, d.w.z. in natuurlijk gebogen platen
formaat groot genoeg om daaruit het schoongesneden formaat te verkrijgen
onverwerkt erts van de mijn
ruw schuin afhakken van een richel of van een versiering
kriebelig, onzacht, ruig, écru, getand, grof, hard, oneffen, ongelijk, schraal, zoor, onafgewerkt, onbereid, ongezuiverd, onbewerkt, hardhandig, lomp, ongekuist, ongelikt, ongezouten, plompweg, bars, beestachtig, boers, bruut, cru, frank, honds, lasterlijk, lomp, onbehouwen, onbeschaafd, onbeschaamd, oneerbiedig, ongemanierd, onguur, onhandig, onhebbelijk, onomwonden, plat, plomp, proleterig, rauw, rouw, ruwweg, schaamteloos, spottend, stotend, vrank, bar, wild, woest