Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

ruw voer

grovere bestanddelen van voedsel

ruw vlas

de enkel gesleten plant, al dan niet ontzaad door boten of repelen

ruw spiegelglas

glas met gekorreld of ruw oppervlak en daardoor gewoonlijk weining of niet doorzcichtig;kan ook kunstmatig in de specie zijn gekleurd;Door slijpen en polijsten ontstaat spiegelglas

ruw glas

halffabrikaat voor afwerking

ruw natuurkurk

zoals het van de boom wordt losgemaakt, d.w.z. in natuurlijk gebogen platen

ruw formaat

formaat groot genoeg om daaruit het schoongesneden formaat te verkrijgen

ruw erts

onverwerkt erts van de mijn

ruw behakken

ruw schuin afhakken van een richel of van een versiering

ruw

kriebelig, onzacht, ruig, écru, getand, grof, hard, oneffen, ongelijk, schraal, zoor, onafgewerkt, onbereid, ongezuiverd, onbewerkt, hardhandig, lomp, ongekuist, ongelikt, ongezouten, plompweg, bars, beestachtig, boers, bruut, cru, frank, honds, lasterlijk, lomp, onbehouwen, onbeschaafd, onbeschaamd, oneerbiedig, ongemanierd, onguur, onhandig, onhebbelijk, onomwonden, plat, plomp, proleterig, rauw, rouw, ruwweg, schaamteloos, spottend, stotend, vrank, bar, wild, woest