uitbraken
opgeven, overgeven, uitspuwen, uitbrullen, uitkramen, uitstoten
opgeven, overgeven, uitspuwen, uitbrullen, uitkramen, uitstoten
` uit – bou – wen, (bouwde uit, h. uitgebouwd), een gebouw groter maken, uitbreiden; figuurlijk tot verdere ontwikkeling brengen
` uit – bouw, de -woord (mannelijk), uitbouwen, uitgebouwd stuk; figuurlijk het uitbreiden, het tot verdere ontwikkeling brengen
Een reeds aanwezig gat door boren op grotere diameter brengen
gereedschapswerktuig voor het op maat afwerken van reeds aanwezige holten, welke door boren zijn verkregen og bij gieten zijn aangebracht
gereedschapswerktuig voor het op maat afwerken van reeds aanwezige holten, welke door boren zijn verkregen og bij gieten zijn aangebracht
gereedschapswerktuig voor het op maat afwerken van reeds aanwezige holten, welke door boren zijn verkregen og bij gieten zijn aangebracht
uitrollen, afronden, uitzakken, uitrusten, doorzakken
excelleren, schitteren, uitmunten
blussen, doven, uitdoven, uitmaken, uitdoen