uiteindelijk
uit` ein – de – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, ten slotte, eind-
uit` ein – de – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, ten slotte, eind-
eind, timp, kant, punt, top, uiterste, afloop, overlijden
nl. een verzoek van een belanghebbende aan het Communautair Bureau voor Planterassen, om het opleggen van een dwanglicentie ten opzichte van de houder van het kwekersrecht van een bepaald ras, in verband met het belang van de voorziening van de markt met teeltmateriaal
exposé, ontvouwing, vertoog, beschouwing, betoog, praatje, verklaring
met vanuit één punt zich spreidende assen of stralen
exposeren, ontvouwen, uitleggen, uitspinnen, verklaren
exploderen
divergent, afwijkend, onderscheiden, ongelijk, verschillend
verschillen
uit` een, bijwoord, uit elkaar, los