uitscheiden
afbreken, opgeven, stoppen, eindigen, ophouden
afbreken, opgeven, stoppen, eindigen, ophouden
afzetten, uitdraaien, uitzetten, elimineren, onschadelijk maken
eenmalige uitkering voor uitgezonden deskundigen
Inrichtingen en uitrusting benodigd bij meren en ontmeren, te onderscheiden in vast aangebrachte contructies en werktuigen, vnl. op bak en achterdek (poop),en losse inventarisartikelen
Alle ankers, kettingen, touwen enz. die nodig zijn om een schip behoorlijk te ankeren
Toestel dienend om een begin van brand op een snelle manier te signaleren naar de brug of een ander controlestation en een alarm in werking te stellen.
Al het nodige, al dan niet wettelijk voorgeschreven, waarvan een schip moet zijn voorzien om op verantwoorde en veilige wijze te kunnen voldoen aan zijn functie als vervoermiddel over zee, en dat niet direct tot de romp behoort
rusten, verpozen, uitbollen, bewapenen, equiperen, toerusten, uitreden, voorzien, begiftigen, inrichten
ontwortelen, uitscheuren, uithalen, uittrekken
Beroking, het blootstellen aan rook of damp door gebruik te maken van chemische stoffen om insecten of schadelijke dieren te doden