verblijf
ver` blijf, het -woord,
ver` blijf, het -woord,
blij
cynisme, gal, teleurstelling, wrok
ver` ble – ken, (verbleekte, is verbleekt),
bederven
het geheel van rechtsregels aangaande verbintenissen, gepubliceerd in boek IV van het Burgerlijk Wetboek
verbintenis: rechtsbetrekking tussen twee of meer personen, krachtens welke de een jegens de ander tot een handelen of nalaten verplicht is, op welk handelen of nalaten de ander recht heeft
verplichtingen welke kunnen voortvloeien uit het endosseren van een overgedragen wissel of cheque
ver` bin – te – nis, de -woord (vrouwelijk), verbintenissen, belofte; verplichting; contract;, hoofdelijke verbintenis, verbintenis waarbij diverse debiteuren voor dezelfde schuld aansprakelijk zijn, terwijl voldoening van een van hen de overigen bevrijdt, behoudens het verhaal van hem die betaald heeft;, voorwaardelijke verbintenis, verbintenis afhankelijk gesteld van een toekomstige onzekere gebeurtenis
Telecommunicatiestation dat al rijdende gebruikt kan worden