zoetstof
zoetmiddel
zoetmiddel
flemend, honingzoet, laf, zalvend, zoeterig, zoetelijk, zouteloos
langzamerhand
zachtjes
` zoe – tig – heid, de -woord (vrouwelijk), zoetigheden,
gewonnen door gedroogde zoethoutwortels van de Glycyrrhiza glabra met water te koken en door het aftreksel af te persen en in te dikken
aardigheid, genoegen
zoetig, kinderachtig, weeïg, zoetelijk, zoetsappig
lieverd
liefste, schat