verleidelijk
bekorend, opwindend, seduisant, sexy, uitnodigend, verlokkelijk, aanlokkelijk, aantrekkelijk, bekoorlijk, betoverend, uitdagend
bekorend, opwindend, seduisant, sexy, uitnodigend, verlokkelijk, aanlokkelijk, aantrekkelijk, bekoorlijk, betoverend, uitdagend
commerciële visserij voor het exploiteren van visbestanden, voor de visvoorziening vooral van de EG
bepaling van een nieuw punt vanuit een oud punt
omleggen, omzetten, verschikken, verplaatsen, verschuiven, verzetten
bedeesdheid, bedremmeldheid, beschaamdheid, gêne, preutsheid, schroom, schroomvalligheid, schuchterheid, schuwheid, timiditeit, beschroomdheid, schaamte, geldnood
ver` le – gen,
ver` le – den, I, bijvoeglijk naamwoord, vroeger, voorlaatst: verleden week ;, de verleden tijd, taalkunde tijdsvorm die aangeeft dat een handeling in het verleden gebeurde;, II, het -woord,
verzaking, afvalligheid, vertraging
eenzaamheid, hulpeloosheid, troosteloosheid, ellende, verslagenheid
belt, vuilnisbelt: plaats van ongecontroleerd storten