vermanen
ver` ma – nen, (vermaande, h. vermaand), ernstig waarschuwen: iem. vermanend toespreken
ver` ma – nen, (vermaande, h. vermaand), ernstig waarschuwen: iem. vermanend toespreken
door malen verkregen poedervormige massa van zetmeelhoudende plantaardige organen
vervloeken, verwensen
vervloekt
ver` ma – ken, (vermaakte, h. vermaakt),
ver` ma – ke – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, vermaak gevend, leuk
ver` ma – ge – ren, (vermagerde,
reputatie, roep, faam, glorie, renommee, beroemdheid, celebriteit
befaamd, bekend, beroemd, gekend, gerenommeerd, hooggeschat, illuster
amusement, divertissement, tijdverdrijf, verstrooiing, afleiding, genoegen, ontspanning, plezier