vernieling
verdelging, vernietiging, verwoesting
verdelging, vernietiging, verwoesting
paniek;algemene schade aan gebouwen;zwakke bouwwerken gedeeltelijk vernield
ruïneren, slopen, afbreken, breken, kapotmaken, mollen, te gronde richten, verbrijzelen, verdelgen, vernietigen, verwoesten
verkleinde long met een gemengd caverneus bronchiëctatisch proces, en daarnaast uitgebreide fibreuze en verkaasde gedeelten, zonder centrale bronchitis
uitwissen van informatie die zich op of in een geheugenmedium bevindt, door bijvoorbeeld niewe informatie of een bepaalde code, die ‘ geen informatie’ betekent (meestal nul of blank) over de oude informatie heen te schrijven
bedriegerij, oplichterij
bedrieglijk
bedotten, bedriegen, belazeren, oplichten
ver` ne – men, (vernam, h. vernomen),
merkbaar