verschoppen
achteruitzetten, verstoten
achteruitzetten, verstoten
verstoteling
excuus, smoes, verschoning, uitvlucht
schoon linnen-of ondergoed
verontschuldigen, excuseren, goedpraten, vergoelijken, sparen, verversen
gecamoufleerd, verdekt, verschanst, verstopt, verborgen, verdoken
versterker met een tweede ingangssignaal, waarbij het uitgangssignaal wordt bepaald door het verschil tussen de twee ingangssignalen
ver` schil – lend, I, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, onderscheiden; afwijkend: verschillend oordelen over iets ;, II, onbepaald voornaamwoord, tamelijk veel, velerlei: verschillende personen lieten verstek gaan
De kloof op enig terrein tussen vrouwen en mannen uit het oogpunt van participatiegraad, toegang tot middelen, rechten, beloning of voordelen
verschillen tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden in het vermogen om te kunnen betalen voor emissierechten