verslinden
ver` slin – den, (verslond, h. verslonden), schrokkend opeten, verzwelgen; figuurlijk :, een boek verslinden, het hevig geboeid doorlezen
ver` slin – den, (verslond, h. verslonden), schrokkend opeten, verzwelgen; figuurlijk :, een boek verslinden, het hevig geboeid doorlezen
afdragen, afslijten, verslensen, verbruiken, verteren
afgedragen, afgesleten, afgetrapt, uitgediend, verbruikt, vodderig, kaal, kapot, kramakkel, op, oud, schabberig, zwak, cliché, afgezaagd, alledaags, banaal
verflensen, verfletsen, verleppen, verslonzen, verslijten, verwelken
bodemkundige eigenschap waarbij het bovenste laagje van 1 Ã 2 cm dikte van de bouwvoor t.g.v. de regen gemakkelijk verspoelt, zodat de bodemdeeltjes bij opdrogen een harde korst op de grond vormen
slempig: eigenschap, waarbij het bovenste laagje van 1 Ã 2 cm dikte van de bouwvoor gemakkelijk verspoelt, t.g.v. de regen, zodat bij opdrogen de bodemdeeltjes een harde korst op de grond vormen
het verschijnsel dat een land een groter deel van zijn nationaal produkt aan import moet besteden(bv.door prijsstijging bij het kopen van goederen en diensten in het buitenland);dit leidt tot koopkrachtverlies en vraaguitval
ver` slech – te – ren, (verslechterde,
verergeren, verslechteren, achteruitgaan
ver` sla – ving, de -woord (vrouwelijk), het verslaafd-raken of -zijn